HomeLijndienstenLuchtvaartmaatschappijen
Vliegtuigtypes
GebeurtenissenFotohoek
oud Zestienhoven.nl
Siebel Si.204

Afleveringsvluchten zorgen altijd voor aardige vliegtuigtypes, dat geldt vanaf de begintijd van de luchthaven. Zo ook in 1963 toen een niet allerdaags vliegtype als de NC.701 Martinet uit Parijs Le Bourget neerstreek. Het was daarbij gelijk raak, want niet minder dan drie exemplaren maakten gelijktijdig de aflevering naar hun nieuwe gebruiker in Zweden. 


Bij de Franse Luchtmacht was de NC.701 Martinet tot in1963 in gebruik. Diegene die in juni 1961 een bezoek aan de Parijse Luchtvaart show brachten hadden nog het geluk om een actief exemplaar te zien, de "15".                                                                                                    (NicoTerlouw, Le Bouget, juni 1963)

In 1937 in Duitsland werd de Flugzeugwerke Halle GmbH opgenomen in de Siebel Flugzeugwerke K.G. De nieuwe onderneming stond onder leiding van F.W.Siebel. De Flugzeugwerke Halle had zich vooral bezig gehouden met het bouwen van de Fh.104A Hallore, een vijfzitter. De nieuwe Siebel Flugzeugwerke K.G. zette deze productie voort maar startte ook met de bouw van nieuwe ontwerpen. Zo werd in 1938 begonnen met de productie van de Siebel S.202, een licht tweepersoons sportvliegtuig.
Vanuit de Fh.104A werd een moderner en grotere versie geconstrueerd die de aanduiding Siebel Si.104 kreeg. De Si.104 was een tweemotorige achtpersoons laagdekker die ontworpen werd voor zowel communicatie- als opleidingstaken voor piloten, navigators en radio-operators voor de luchtmacht. Het toestel had een intrekbaar hoofdlandinggestel dat achterwaarts in de motorgondel werd opgetrokken en een vast staartwiel.
De machine werd in Duitsland in twee versies geproduceerd: de Si.204A met een gestroomlijnde neus als transporttoestel en de Si.204D voorzien van een tranparante neus, duo-controls en zitplaatsen voor vijf leerlingen voor de radio opleiding.
Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het Duitse beleid: gevechtstoestellen zelf in eigen land produceren en in de bezette gebieden de opleidingsvliegtuigen te laten bouwen. Zo werd in Frankrijk SNCAC (Societé Nationale de Constructions Aeronauitiques) in 1942 aangewezen voor de bouw van de Si.204D en ook in Tsjecho-Slovakije waar Aero de opdracht kreeg de Si.204D in licentie te bouwen. 

Beide landen bleven dit toestel ook na de oorlog bouwen. In Tsjecho-Slovakije rolde hij van 1945 tot 1949 uit de fabriek als de Aero C-3 waarbij in totaal 179 stuks werden afgeleverd.

In Frankrijk kreeg de SNCAC de opdracht om 455 Siebels 204 in licentie te vervaardigen. De eerste vliegtuigen werden al in 1942 op Bourges gebouwd en voor de bevrijding van Frankrijk werden al 168 exemplaren afgeleverd aan de Luftwaffe. Bij de bevrijding van Frankrijk viel de complete fabriek en enkele complete toestellen in handen van de Fransen, die na een korte evaluatie door de Franse Luchtmacht besloten de productie op Bourges voort te zetten onder de aanduiding NC.700. Deze aanduiding werd echter ook gegeven aan de toestellen die bij de bevrijding in Franse handen waren gekomen.
Na de bouw van één prototype, aangeduid als de NC.700, werd de productie direct hervat. Deze productie begon in de zomer van 1945 gewoon weer met c/n 1. Dit toestel, nu aangeduid als de NC.701 was vrijwel volledig identiek aan de Si.204D want zelfs de Argus As.411 twaalf cilinder zuigermotoren werden in Frankrijk gebouwd en kregen nu de aanduiding van Renault 12S-00. De afwijking was de neuskoepel die geheel in glas werd uitgevoerd. Een jaar later werd de NC.702 geïntroduceerd die weer geheel gelijk was aan de Siebel Si.204A. De NC.701 en NC.702 ontvingen de naam "Martinet" en zouden tot in 1949 in productie blijven waarbij in totaal 350 toestellen gebouwd werden. Naast deze nieuw gebouwde machines werden er in deze tijd ook een twintig (c/n 1000 t/m 1020) Siebels Si-204's opgeknapt en afgeleverd.

Civiel gebruik

Drie Zweedse NC.701 Martinets op rij op het Rotterdamse platform.                                                                     (Nico Terlouw, Zestienhoven, juni 1963)

De Martinet werd in dienst genomen bij zowel de Franse Luchtmacht als Aeronavale en de laatste toestellen zouden daarbij in 1963 buiten gebruik gesteld worden. Een klein aantal werd in civiele dienst genomen, maar werden al snel vervangen door grotere vliegtypes zoals de DC-3 Dakota. In Frankrijk werd een aantal in dienst genomen bij de Franse Posterijen, maar werden aan de grond gezet na een ongeval met de F-BBFA in juli 1946. De Martinet werd daarna vrijwel alleen gebruikt voor luchtkartering waarbij een aantal in dienst werden genomen bij IGN en een aantal geëxporteerd werden naar Polen en Zweden voor het fotografische vastleggen van de ondergrond. Zo werden in 1947 vijf stuks afgeleverd aan LOT (SP- FLA t/m SP-FLF) en augustus 1947 twee stuks in Zweden aan het Rikets Allmänna Kartverk (National Public Map Office) in Stockholm (geregistreerd als SE-KAE en SE-KAG). In 1963, na het uit dienst nemen van de Martinet bij de luchtmacht en marine in Frankrijk ,werden nogmaals drie toestellen aan deze onderneming afgeleverd.
In juni 1963 werden deze drie NC.701 Martinets SE-KAL c/n 159, SE-KAM c/n 172 en SE-KAN c/n 241 afgeleverd waarbij de afleveringsvlucht werd uitgevoerd via Rotterdam/Zestienhoven.
De vloot van vijf NC.701 Martinets van Rikets Allmanna Kartverk bracht Zweden in kaart. Nadat in 1967 de SE-KAG en SE-KAN uit dienst werden genoemen en werden gesloopt, werd nog met de resterende vloot doorgevlogen tot in 1970. De laatste vluchten van de NC.701 Martinet werden in december 1970 uitgevoerd met de aflevering op 23 december 1970 van de SE-KAL aan het Luftfartsmuseet op Arlanda gevolgd door de aflevering van de SE-KAE aan het FV-museet op Malmslatt op 30 december 1970.  

NC.701 Martinet SE-KAN toont de glazen cockpitsectie.                                                                                    (Nico Terlouw, Zestienhoven, juni 1963) 

Siebel 204D in het Nederlandse register                             

Eén Siebel S.204D werd in Nederland ingeschreven en wel de PH-NLL. Met c/n 322167 werd dit toestel gebouwd in opdracht van de Luftwaffe door de Bohmische Mohrische Maschinenfabrik. Bij de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog werd dit toestel in beslag genomen door de geallieerden en op 21 juni 1947 ingeschreven als de PH-NLL op naam van ZKH Prins Bernard der Nederlanden. De daarop volgende jaren werd de Siebel gevlogen vanaf Soesterberg. Na acht jaar, op 23 november 1955, werd de PH-NLL overgeschreven op naam van de Stichting Nationaal Luchtvaart laboratorium te Delft. In april 1964 werd het toestel verkocht aan het sloopbedrijf J.Staverden in Badhoeverdorp. Hierbij werd echter het BvL niet overgeschreven, waarbij de inschrijving op 26 mei 1964 werd doorgehaald. Voor die tijd werd nog eenmaal met ontheffing een afleveringsvlucht van Schiphol naar vliegveld Hilversum verkregen.  Het toestel heeft daarna nog enkele jaren op Hilversum bij de poort als speelobject gestaan en werd daarbij langzaam gesloopt. Na enkele jaren werden de overblijfselen van de PH-NLL verschroot. 

Sibel 204D PH-NLL op Hilversum.                                                                                                                                (Nico Terlouw, Hilversum, 1965)
 
Technische gegevens NC.701 Martinet

Spanwijdte 21,30 m
Lengte 13.00 m
Hoogte 4,25 m
Leeg gewicht 3950 kg
max. start gewicht 5600 kg
motor 2x Renault 12S
max snelheid 230 mph
plafond 7500 m
bereik 1400 kg


SE-KAL een van de drie NC.701 Martinets op aflevering op Rotterdam.                                                                 (Nico Terlouw, Zestienhoven, juni 1963)

bronnen: Air Britain French Post War Transport Aircraft, Herman Dekker 75 jaar Nederlands Luchtvaart Register, Airnieuws archieven

Wim Zwakhals: februari 2014


HomeLijndienstenLuchtvaartmaatschappijenVliegtuigtypesGebeurtenissenFotohoek