Travel a Go-GO

Met de verschijning van de nieuwe jet generatie voor de lange afstand, in het begin van de jaren zestig vorige eeuw, werd de generatie propliners voor de middenlange en lange afstand (Martin 404, Douglas DC-7 en L-1049 Super Constellation) door de grote luchtvaartmaatschappijen uit dienst genomen. Een nieuwe gebruiker in de Verenigse Staten van de toen nog vrij nieuwe toestellen, werden de Travel Clubs. 

N468M Martin 404  Sportsmen Travel Club                                              (archief Wim Zwakhals, San Jose, 22 december 1973)

De Travel Club was daarbij een vereniging zonder winstbejag en werd gefinancierd door de clubleden door middel van een jaarlijks lidmaatschap en de kosten voor de individuele reizen en viel daarbij onder de "compensation or hire", waarvoor de FAA regels had opgesteld. Voor de travel clubs waren daarbij van toepassing de regels van de FAA voor "non commercial "of "general operations". Ten opzichte van de luchtvaartmaatschappijen hadden de travel clubs daarbij voordelen als geen overhead kosten, lagere investeringen voor de aankoop van de vliegtuigen, niet gebonden aan prijs tarieven en keuze van de eindbestemming. De beperkingen van de travel club waren alleen gebonden aan het bereik van het toestel en de prijs die een ieder voor de vlucht wilde betalen.

N5900 Douglas  DC-7C Magic Carpet Air Travel Club met onderhoud aan de motoren                  (archief Wim Zwakhals)

Naar een inschatting van de Fedral Aviation Agency waren er in 1968 zo'n 50 travelclubs actief in de Verenigde Staten.

Bekende travel clubs waren:   

Martin 404                             Sportsman Travel Club

                                                World Citizens International

                                                Air Travellers Club

Lockheed L-188 Electra       Shillelagh Travel Club

                                                Holliday Wings   

                                                Nomads        

N836E  L-188C Electra  Nomads                                                                                        (archief Wim Zwakhals)

Douglas DC-7                        Vogager 1000

                                                Atlanta Skylarks

                                                Twentieth Century

                                                Society of Sky Roamers

                                                Cornhusker Air Travel Club

                                                Magic Carpet Air Travel Club

                                                Travel a Go-Go Club

                                                Magellen Travel Club

                                                Jolly Voyager

L-1049 Constellation          Happy Hour Air Travel Club

L-1649 Starliner                    World Samplers

                                                Air Ventures         

N6202C  L-1049 Super Constellation  Happy Hour Air Travel Club,  de leden waren wat minder "happy" nadat het toestel op 5 augustus 1973 het vermogen van alle vier de motoren verloor en een noodlanding moest maken nabij Tamarac in Florida, op weg van Freeport Bahamas naar St.Petersberg.                                                                            (archief Wim Zwakhals)

De Travel Clubs startten in de jaren zestig met de toestellen die op dat moment op de tweedehands markt in de Verenigde Staten aanwezig waren. Dat waren de Martin 404 (40 personen) voor reizen binnen de VS , maar een veel geliefder toestel waar vele travelclubs mee starten was de Douglas DC-7. De DC-7 was op dat moment volop beschikbaar na de inzet van de nieuwe jet generatie (DC-8, B-720 en B-707) bij de grote luchtvaartmaatschappijen. De Douglas DC-7 was gebouwd voor de langere afstand met een vliegbereik van 7410 km en voor de DC-7C zelfs 9070 km en kon tussen de 90 en 105 passagiers vervoeren. Met de introductie van de nieuwe jets kwamen zo goed onderhouden toestellen voor een goedkope prijs beschikbaar. De Travel Clubs kochten veelal een enkel toestel aan. Cabine personeel werd door de club zelf geregeld. Het bestuur van de club zorgde voor het onderhoud van het vliegtuig, welke werd onderhouden volgens de FAA regels voor non commercial vliegtuigen. Bemanning van het vliegtuig werkten op ad-hoc basis en bestond veelal uit ervaren DC-7 piloten voorzien van alle noodzakelijke papieren.

Het verschil met IT reizen was dat de travel clubs alleen de vliegreis verzorgden. De deelnemers moesten zelf zorgen voor hotels (die uiteraard ook voor groepsreizen te boeken zijn), aansluitend vervoer en/of geplande tours op de te bezoeken plaatsen. De travel club was vrij democratisch van opzet. Iedere deelnemer van de travel club kon een voorstel voor een bestemming opgeven. Bij voldoende aanbod werd de prijs van de vliegreis bepaald en werd deze op de agenda van de club weergegeven. De reizen werden uitgevoerd op basis van de meeste vraag en daarbij was de regel, wie het eerst boekt, gaat mee. Er was geen beperking op het aantal reizen welke door de leden per jaar konden worden uitgevoerd. De gemiddelde vliegreis prijs kwam daarbij nooit boven de $ 100,- per persoon. Uitzondering waren daarbij lange vluchten zoals een bezoek vanuit de VS aan Barcelona en/of Lissabon welke uitkwam op  $ 271,- per persoon, een reis van Cincinetti via Shannon naar London en Zürich voor $ 265,- pp en de langste reis welke door Travel a Go-Go club werd uitgevoerd, een drie weken durende reis naar Tokyo, Osaka, Hong-Kong en Manila voor een vliegprijs van $ 641,- pp

De kleuren van Delta Air Lines zijn duidelijk zichtbaar op deze DC-7B N4889C, welke voozien werd van de opschriften van Atlanta Skylarks, Georgia's Flying Country Club opschriften                                                                                                     (archief Wim Zwakhals)

In 1968 maakte de FAA nieuwe richtlijnen bekend welke per 1 januari 1969 werden ingevoerd. Hierin werd gesteld dat ook de Travel Clubs zich moesten houden aan de veiligheidsregels zoals vastgestel voor de commerciële luchtvaart, zoals een interieur cabineverlichting en gebruik van brandwerend materiaal, nooduitgangen en verplichte voorlichting van evacuaties aan de inzittenden. Ook dienden de toestellen voorzien te zijn van een weerradar. Straalvliegtuigen dienden daarnaast voorzien te zijn van voice recorders en de bemanning moest voorzien zijn de noodzakelijke papieren, zoals gewenst bij de commerciële maatschappijen. Met de invoering van deze regels, haakten een groot deel van de travel clubs af, vooral die gebruik maakten van de oudere toestellen zoals de Lockheed Constellation, Douglas DC-7 en Martin 404. Een aantal clbs stapten over op de nieuwe jetliners welke op dat moment op de markt kwamen als de CV-880 en B-720.

De Travel Clubs waren de laatste gebruikers van de DC-7 in de passagiersuitvoering en de meeste DC-7'ens belanden na hun diensttijd bij de travel clubs bij de bosbrandbestrijding.

De leden van de Magellan Air Travel Club brengen zelf de opschriften aan op deze net aangeschafte DC-7B N833D van Eastern Airlines.                                                                                                   (archief Wim Zwakhals, Oakland, 9 september 1965)

Travel Club op Rotterdam

Slechts éénmaal werd Zestienhoven door een Amerikaanse travel club bezocht en wel een travel club welke vloog onder de toepasselijke naam "Travel a Go-Go Club". Deze club had als thuisbasis Cincinnati in Ohio en was de operationele naam voor de Milcreek Valley Association en werd in augustus 1965 opgericht. Hierbij werd in 1966 de DC-7 N6357C (c/n 45490) gehuurd van International Aerodyne. Het was een voormalige United Airlines kist, waarbij het toestel had dienst gedaan als de "Mainliner Salem" en was voorzien van 91 zitplaatsen. Iedere deelnemer van de "Travel a Go-Go club" betaalde een jaarlijkse contributie van $ 125,- voor een persoon, $ 195.-  voor een getrouwd stel en $ 25,- voor een kind. President was de advocaat Robert L.Stone die samen met drie anderen het bestuur van de club vormden.  

N6357C  DC-7 Travel a Go-Go Club op Rotterdam                                              (archief Wim Zwakhals, Rotterdam, augustus 1967)

De Douglas DC-7 N6357C kwam op Rotterdam-Zestienhoven op 10 augustus 1967 om 15.16 uur aan met aan boord een gezalschap van 89 personen. Het toestel kwam vanuit Shannon waar het gezelschap vier dagen in een (verregend) Ierland  had doorgebracht. Deze DC-7 bleef hierna tot 14 augustus op het platform geparkeerd staan. Op deze datum vertrok het toestel om 11.58 uur richting Zürich voor vijf dagen Zwitserland, om daarna weer terug naar de States te vliegen. Reiskosten, uit en thuis, 275 dollar per persoon. De Travel a Go-Go Club bleef met dit toestel vliegen tot januari 1980, waarna het toestel werd verkocht aan C.Ricks in Texas. Naast deze DC-7 werd in 1975 nog een Convair 880 N45058 (de ex HB-ICL van Swissair) gehuurd welke dienst heeft gedaan tot in december 1978.

Bron: Airnieuws archieven

 

Wim Zwakhals, februari 2016.